FreeCounter
item6 item5 item2a item1

In de winkel: ALLES WORDT

dboek

WIE BEN IK - Francisco van Jole stuurde mij de link naar I Write Like, een site die aan de hand een alinea bepaalt op welke schrijver de door jou geuploade tekst lijkt. Het algoritme dat hiervoor verantwoordelijk is, lijkt nogal wispelturig. Bij mijn eerste pogingen bleek ik de onbekende tweelingbroer van David Forster Wallace, een schrijver van wie ik nog nooit iets heb gelezen en met wie ik niets gemeen heb dan een langdurige geschiedenis van depressies. Misschien weerklinkt dat in ons werk en is I Write Like slimmer dan ik dacht.
Toen ik een dag later nog eens een test deed waren de uitkomsten verrassend anders.

screenshot201007

screenshot201007a1

screenshot201007b1



CHINEES IS DE TOEKOMST - Toen ik op de middelbare school zat werden de eerste tekenen zichtbaar van de economische crisis die het begin van de jaren tachtig zou beheersen. Veel van mijn vrienden waren van plan om de enige HBO-opleiding in Assen te volgen –de pedagogische akademie– en kwamen daarop terug omdat de vraag naar onderwijzers dramatisch afnam. Ze gingen iets anders studeren of zochten een baan. Een paar jaar later was er ineens een schrijnend tekort aan onderwijzers. Bejaarde schoolmeester en -juffen moesten herintreden en de klassen werden bij gebrek aan personeel groter. Mijn vrienden, die hadden geluisterd naar het arbeidsmarktadvies van de overheid, keken naar de werkgelegenheid die er niet zou zijn en nu toch was en hadden spijt.
Dat is lang geleden. De wereld is drastisch veranderd. Waar in de jaren zeventig zakenmannen verdachte kapitalisten waren, uitbuiters van de eenvoudige arbeider, profiteurs die winst maakten over de ruggen van de maatschappij, is de manager nu iemand die zo ongeveer over water kan lopen. Het maakt niet uit of hij zo gevaarlijk bankiert dat wij hem uit de stront moeten trekken, dat hij zo riskant naar olie boort dat een complete zee vervuilt, dat hij personeel ontslaat 'vanwege de crisis' maar zelf een paar miljoen extra bonus opstrijkt. Er is ademloze bewondering voor iedere lamlul met een Nijenrode-diploma en drie ervaring in het om zeep helpen van gezonde bedrijven. Er wordt naar hem opgekeken, hij kan potten breken waar wij niet eens naar mogen kijken, er wordt naar hem geluisterd. En dus is er een gewillig oor als hij orakelt over het onderwijs, dat dat veel meer op het bedrijfsleven gericht moet zijn, dat voor het aanbod moet zorgen om de vraag van het bedrijfsleven te bevredigen.
Vroeger, toen de post nog werd rondgebracht en de trein van de staat was en op tijd reed en essentiële voorzieningen als gas, water en electra collectief eigendom waren, vroeger leidden bedrijven hun eigen personeel op. In bedrijfsscholen, op interne opleidingen, in instituten die soms wereldberoemd waren om de kwaliteit van het onderwijs. Blijkbaar zijn die wegens te duur opgeheven. Daarom moeten wij nu collectief betalen voor de aansluiting van het onderwijs op de vraag van het bedrijfsleven. En daarom kan dan ook de vraag ('Waarom op school niet Chinese les geven in plaats van Franse") worden gesteld zonder dat iemand heel hard begint te vloeken.

Chinese les? Omdat China een economische supermacht wordt? En Frans afschaffen omdat Frankrijk van gering belang is voor onze export? Naar de schroothoop met Flaubert, de Beauvoir, Monet, Foucault, Brel, Voltaire en Serge Gainsbourg? Waarom ook niet meteen geschiedenis afgeschaft? Wat hebben we er aan om naar het verleden te kijken als de winst morgen wordt gemaakt? God weet dat niemand ooit iets van de geschiedenis heeft geleerd. De afgelopen tweehonderd jaar oorlog, uitroeiing en onderdrukking heeft dat wel duidelijk gemaakt. En wat moeten we met economie op de middelbare school? Wat is de waarde van een vak dat geen crisis kan voorspellen, verklaren of voorkomen? Eigenlijk is dat ook niet meer dan een soort geschiedschrijving. (Ik was er trouwens erg goed in; ik had een negen op mijn eindexamen) Tekenen, muziek, drama, allemaal overbodig, net zoals literatuur, aardrijkskunde hebben we daar geen atlassen voor en tomtoms?), biologie en gymnastiek (sporten doe je maar in je eigen tijd). In plaats daarvan is er een baaierd aan relevante vakken te verzinnen: marketing en PR (door sommigen oplichting en bedrog genoemd), creatief boekhouden, zelfverrijking en...
Ik draaf door. Ik ben, blijkbaar, niet meer van deze tijd. Ik ben daar, eerlijk gezegd, blij om.

ZULKE KLEINE HANDEN - Als mijn vrouw weg is voor haar werk en 's avonds laat terugkomt, vraagt ze vaak hoe mijn dag was. Ik moet dan altijd de bijna onweerstaanbare neiging onderdrukken om te antwoorden: You missed a very dull TV show on Auschwitz.
Dat komt uit Hannah and het Sisters, wat mij betreft een van de beste films die Woody Allen ooit maakte. Het is een film waarin zijn bewondering voor Ingmar Bergman volledig natuurlijk samengaat met zijn eigen bitterkomische stijl.
Lee (Barbara Hershey) woont in die film samen met de veel oudere beeldend kunstenaar Frederick (Max von Sydow). Als ze op een avond thuiskomt, verwelkomt Frederick haar met de woorden: You missed a very dull TV show on Auschwitz. More gruesome film clips, and more puzzled intellectuals declaring their mystification over the systematic murder of millions. The reason they can never answer the question "How could it possibly happen?" is that it's the wrong question. Given what people are, the question is"Why doesn't it happen more often?
Een van de redenen waarom ik zo van die film houd is Fredericks onbuigzaamheid als het gaat om zijn werk (als een rijk geworden popmuzikant langskomt om een schilderij te kopen voor zijn nieuwe villa, schopt hij hem zo ongeveer naar buiten onder het uitroepen dat men geen schilderij koopt voor boven de bank) en zijn kijk op de wereld (Given what people are, the question is Why doesn't it happen more often). Zo denk ik er ook over en hoewel ik zelf vind dat mij dat definieert als een realist zullen de meeste mensen daarin een bevestiging zien van mijn cynisme.
Ook prachtig zijn de tussentitels: zwarte schermen waarop regels staan die iets (en zo vaag is het) zeggen over het daaropvolgende deel, bijvoorbeeld een citaat uit een gedicht van ee cummings: Nobody, not even the rain, has such small hands. (Met dank aan Stacey Knecht)
Als er een Nobelprijs voor de cinematografie zou bestaan (en, nee, dat zijn de Oscars nadrukkelijk niet) dan is Hannah and her Sisters Woody Allen's claim op die prijs: een prachtige tragikomische relatiefilm waarin al zijn thema's (liefde, dood, het onvermogen om de mens te kennen, jodendom en jazz) als vanzelfspekend bij elkaar komen.

DIERKLEUR - Het moet een diep verankerd cultuurgoed zijn, want alle kinderen hebben het, voor zover ik kan nagaan. Ik weet niet op welke leeftijd het zich voor het eerst aan ze voordoet, die dwingende behoefte om mensen op die manier te determineren, maar het moment komt dat ze hun vader of moeder vragen: 'Wat is jouw lievelingskleur?' En onmiddellijk daarna: 'Wat is jouw lievelingsdier?'
Ik heb mijn kinderen op dat kwetsbare moment in hun jonge leven ernstig teleurgesteld door logisch-positivistisch te brommen dat ik a) geen lievelingskleur heb en b) het meeste houdt van lammetjes, gebraden met wat knoflook en een takje thijm (wat niet waar is, want ik eet geen vlees). Een kind laat zich door dat soort chagrijn niet weerhouden en daarom was dan ook altijd de derde vraag: 'Jahaaa, maar als je nou moest kiezen?' Waarop ik dan weer, nog in een filosofisch-didactische stuip, zei dat er niets te kiezen valt als je geen voorkeur hebt.
Daar ben je klaar mee, als kind.

meer